Regisseur

Talla Dirkzwager

Talla Dirkzwager

Hoe kan ik het publiek een directe, zintuiglijke, schurende en onontkoombare ervaring meegeven?

Na mijn opleiding als theaterdocent heb ik een aantal jaar gewerkt. Ik ging steeds meer maken en ik had behoefte aan nieuwe input! Ik wilde meer leren, mijn eigen handtekening ontdekken en een verdiepingsslag maken in mijn makerschap. Voor ik het wist zat ik opeens weer op een school. Ik ben het volop aangegaan: de nieuwe info opgeslurpt, mijn eigen plan getrokken, onderzocht, nieuwe paden ingeslagen en ik maak nu dingen die ik vier jaar geleden niet had verwacht. Ik heb het gevoel dat ik mezelf inmiddels met recht regisseur mag noemen en stap met vertrouwen het werkveld in.

Wat beweegt je?

Als maker zoek ik naar hoe ik het publiek een directe, zintuiglijke, schurende en onontkoombare ervaring kan geven. Ik begin graag vanuit de vraag voor wie ik iets maak, ik vind dat een fijn uitgangspunt. Het afstudeerjaar heb ik gebruikt om verschillende vormen van theater te onderzoeken en voorstellingen voor specifieke doelgroepen te maken. Zo heb ik, samen met Bogi Bakker (ook afstuderend regisseur), een voorstelling voor 9+ gemaakt. Hierbij werkten we met grote theatrale middelen (veel bewegend licht, rook en geluidseffecten).

Daarnaast maakte ik een voorstelling in een woonwijk in Geleen-Zuid voor het Laagland. Hierbij heb ik gezocht naar hoe ik persoonlijke verhalen theatraliseer en mensen met niet (of weinig) theater ervaring in hun kracht zet.

Nu ga ik bijna beginnen met het maken van een voorstelling die in een klaslokaal gaat spelen en waarbij we met twee spelers en een muzikant een verhaal aan een klas vol pubers gaan vertellen. Doodeng. Maar heerlijk.

Wat toon je op Festival Gemaakt?

Op Festival Gemaakt speel ik de voorstelling Iemand om voor te rennen. Het is gebaseerd op het boek De stem van Tamar van David Grossman. Een boek dat ik, toen ik 14 was heb gelezen en mij sindsdien niet meer heeft losgelaten.

Ik vind het best een spannend project. Het wordt gespeeld in een klaslokaal en zal dus niet de luxe van een vanzelfsprekende theatrale ruimte hebben. Het zal grotendeels neerkomen op de vertelkracht van de spelers en de begeleidende muziek.

Ook lijkt het mij interessant om zo dicht op het publiek te spelen, in hun ‘thuisruimte’ (het klaslokaal) en te onderzoeken wat dat doet. Best spannend want wij zijn immers te gast bij die pubers... Dat gaat een totaal andere beleving zijn dan wanneer ze naar het theater komen waar vanzelfsprekende regels gelden en waar ze (anoniemer) in de zaal kunnen zitten.