Regisseur

Cecilia Thoden van Velzen

Cecilia Thoden van Velzen

Ik nodig het publiek graag uit in uithoeken van de wereld.

Ik belandde op de Lenculenstraat met een hoofd vol idealen. Het liefst had ik heel Maastricht meteen onder gekalkt met kreten over hoe en waarom alles anders moest. Shakespeare zou de wereld redden. Theater was dood. Leve theater. En toen kwam ik erachter dat ik misschien niet goed genoeg had gekeken. Dat ik zorgvuldiger kon kijken dan dat ik deed – en misschien niet alleen kijken, maar ook zien. Niet enkel horen, maar ook luisteren. Dat opende een wereld van inzichten en de poging tot een eigen makerschap kon beginnen. De Toneelacademie was voor mij een school waar ik met ideeën kon blijven zwoegen tot de publieksdeuren openden en een thuis waar ik in de vensterbank kon klimmen om naar de regen te kijken. Beide zijn me enorm dierbaar.

Wat beweegt je?

Plaatsen van dissonantie en stilte, vanwaar we de dingen opnieuw kunnen verbeelden. Bijvoorbeeld in de ideeënwereld van een kind op een drempel, of in de nachtgedachten van een onbekende bovenbuur. Verhalen die een menselijke grondslag hebben, maar zijn vervormd door het ontbreken van tijd of ruimte. Die raken me. En ze maken me nieuwsgierig. Wat zijn verloren ideeën, vergeten gedachtes, of verkrampte denkbeelden? Welke illusies maken we onszelf en welke fantasie komt daaruit voort? Ik hoop die werelden voelbaar te maken. En daar is theater bij uitstek de vorm voor, omdat het zich in het hier en nu afspeelt, tussen mensen. De zintuiglijkheid die er dan ontstaat, bestaat nergens anders en maakt dat je zoveel meer kan vertellen dan alleen met woord of beeld. Wat hoor ik? En dus, waar ben ik? Hoe hoor ik? En dus, wie ben ik? Denkbeelden ervaren, in plaats van je hoofd erover te breken, dat is de grote uitdaging. En daar zet ik graag mijn tanden in.

Wat toon je op Festival Gemaakt?

Een jaar geleden tijdens de eerste bijeenkomst over ons laatste studiejaar werd gezegd dat de keuze van goed repertoire cruciaal zou zijn voor een behoorlijk afstuderen als regisseur. Goed repertoire, dacht ik, dat is er, maar wat doet dat voor mijn makerschap? Beckett’s zoveelste, ondanks dat ik Beckett briljant vind, helpt me niet om vergeten werelden te tonen, heeft niets te maken met werken vanuit zintuiglijkheid, met opnieuw verbeelden. En toen stuitte ik op een naam: Olympe de Gouges, toneelschrijver in de achttiende eeuw, de enige vrouw in de hele Franse revolutie die voor haar mening werd onthoofd – en daarna werd vergeten. Haar stukken uitgewist, haar theatertaal verloren. Want, zo blijkt, feminisme is nog enger dan welke andere vorm van verlicht denken dan ook.

En daar was het. Een vergeten verhaal dat heel goed repertoire had kunnen zijn, als de geschiedenis er anders had uitgezien. Ik ben vertrokken naar Parijs, ben gaan zoeken, gaan schrijven, gaan praten met heel veel verschillende mensen. Op Festival Gemaakt toon ik een double bill: een voorstelling en een salon, allebei over deze uitzonderlijke citoyenne die Parijse theaters in brand zette in haar zoektocht naar een enkel woord. Kom vooral kijken.